Praktijk in ‘t nieuws

In week 12 van 2013 gaf ik, Marlies Henning, Diëtist in Amstelveen enkele korte voedingsadviezen over afvallen en voeding voor kinderen in het weekjournaal van RTV Amstelveen.

Wilt u dit nieuwsitem bekijken, klik hier.

Energiedrank slecht voor het hart

22 maart 2013

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat energiedranken een hoge bloeddruk en mogelijk hartproblemen kunnen veroorzaken.

De onderzoekers analyseerden de gegevens van zeven eerder gepubliceerde studies om te bestuderen wat de invloed is van het drinken van energiedranken op de gezondheid van het hart.

Onderzoek

De Amerikanen keken onder meer naar welk effect het drinken van drie blikjes energiedrank had op het ritme van het hart van 93 gezonde mensen in de leeftijd van 18 tot 45 jaar. Ze ontdekten dat de zogenaamde QT-interval, een segment van het ritme van het hart, langer duurde voor degenen die de energiedranken hadden gedronken dan bij mensen die dat niet hadden gedaan.

Hartritme

Het drinken van energiedrinken blijkt het natuurlijke hartritme duidelijk te verstoren. Dit kan leiden tot een ernstige onregelmatige hartslag en zelfs tot een plotselinge hartstilstand. Ook ontdekten ze dat de bloeddruk van mensen die energiedrank dronken toenam.

Volgens de onderzoekers is het verband overtuigend en zijn er meer studies nodig om de impact op het hartritme te beoordelen. “Patiënten met een hoge bloeddruk of een hartritmestoornis kunnen beter voorzichtig zijn met het drinken van energiedranken”, aldus hoofdonderzoeker Shah.

Bron: Gezondheidsnet

Bij gezond gewicht minder kans nierkanker

22 maart 2013

Het aantal mensen dat in Nederland aan nierkanker lijdt, is in 10 jaar tijd behoorlijk gestegen. Bij mannen met wel 50%. Bij vrouwen is de stijging 29 procent.

Uit onderzoek gefinancierd door het Wereld Kanker Onderzoek Fonds, en uitgevoerd aan de Universiteit van Umeå in Zweden, blijkt dat onder andere een hoge bloeddruk en een hoge bloedsuikerspiegel specifiek bij mannen het risico op nierkanker verhogen.

​Onderzoek

Voor dit onderzoek zijn er gegevens uit het Metabolic Syndrome and Cancer Project gebruikt. Dit grootschalige project bevat gegevens over de Body Mass Index, bloeddruk, en het gehalte aan glucose, cholesterol en triglyceriden in het bloed van ruim 560.000 mensen uit Noorwegen, Oostenrijk, en Zweden.

Mannen ongezonder

In 2011 overleden 943 Nederlanders aan nierkanker. Binnen vijf jaar na constatering leeft nog iets meer dan de helft van de patiënten.Met de resultaten worden eerdere wetenschappelijke conclusies over het verband tussen overgewicht, roken en het risico op nierkanker bevestigd. Mannen krijgen de ziekte vermoedelijk vaker omdat zij over het algemeen ongezonder leven.

Onderzoeker Christel Häggström: “Een gezonde leefstijl, een gezond gewicht en gezonde waarden van de bloeddruk, bloedsuikerspiegel en triglyceriden zijn niet alleen belangrijk voor een lager risico op hart- en vaatziekten en diabetes, maar ook voor een lager risico op nierkanker. Dit nieuwe onderzoek onderstreept het belang van maatregelen op het gebied van gezonde voeding, lichaamsbeweging en een gezond gewicht. Om het risico op nierkanker te verlagen is het ook heel belangrijk om niet te roken of om daarmee te stoppen” .

Bron: Gezondheidsnet

Onvoldoende onderbouwing verband tussen voeding en ADHD

10 maart 2013

Het is op dit moment onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd of er een verband is tussen voeding en ADHD. Daardoor kunnen er geen concrete voedingsadviezen worden gegeven om symptomen van ADHD te verminderen. Deze conclusie is gebaseerd op enkele onderzoeksactiviteiten die het RIVM in opdracht van het Ministerie van VWS in de afgelopen vier jaar heeft uitgevoerd op dit terrein. Het RIVM beveelt gedegen wetenschappelijk onderzoek aan dat antwoord kan geven op de vraag of met voeding daadwerkelijk ADHD symptomen te beïnvloeden zijn. Hiervoor worden suggesties gedaan.

Minder medicatie

Deze onderzoeksactiviteiten zijn uitgevoerd vanwege aanwijzingen uit het veld dat er een relatie zou zijn tussen ADHD en voeding, vooral bij diëten waarin bepaalde voedingsmiddelen worden vermeden. Mocht dit verband er daadwerkelijk zijn, dan kunnen voedingsadviezen eraan bijdragen dat kinderen minder ADHD-medicatie hoeven te gebruiken.

Aanbevelingen vervolgonderzoek

In vervolgonderzoek is het van belang dat kinderen en hun ouders niet mogen weten of ze een ADHD-dieet volgen of een placebo-dieet. Hiermee wordt voorkomen dat ouders van kinderen met een ADHD-dieet het gedrag van hun kinderen positiever beoordelen dan ouders van kinderen uit een controlegroep. Daarnaast moet uitgesloten worden dat een eventueel effect wordt veroorzaakt door andere veranderingen dan die in voeding die tijdens het onderzoek plaatsvinden. Zo kunnen kinderen gedurende het onderzoek meer structuur in hun eetgedrag of meer aandacht krijgen. Ook is het belangrijk om te weten in hoeverre de groep kinderen met ADHD die deelneemt aan het onderzoek een representatieve afspiegeling is van alle kinderen met ADHD.

Bron: Innofood

Lactosevrije producten door Arla

5 maart 2013

Ook Arla brengt nu, net als FrieslandCampina lactosevrije producten op de markt. Het bedrijf speelt hiermee in op de toenemende vraag naar voedingsmiddelen zonder allergenen.

Onder de naam ‘Arla Lactofree’ brengt het zuivelbedrijf een reeks producten op de markt. Het eerste dat in de schappen komt is lactosevrije melk.

Filtermethode lactose

Arla past een speciale filtermethode toe om lactose uit de melk te halen. “Bij het filteren hanteren we de strengste Europese normen qua restwaarde lactose. Onze lactosevrije melk bevat maar 0,01% restwaarde lactose”, legt marketingdirecteur Louis Rippen uit. Zelfs producten met tien keer zoveel lactose mogen nog als lactosevrij verkocht worden in bepaalde landen binnen Europa, waaronder Nederland.”

Yoghurt, roomkaas en houdbare melk

Als eerste komt lactosevrije melk in de schappen van Albert Heijn en binnenkort ook bij Jumbo en C1000. De komende maanden verschijnen yoghurt, roomkaas en houdbare melk.

Bron: VoedingNu

Positieve beloning helpt om af te vallen

8 maart 2013

Een positieve beloning, zoals ontvangst van geld kan mensen met overgewicht motiveren om af te vallen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Mayo Clinic. Het hoeft niet eens om een groot bedrag te gaan.

Voor het onderzoek volgden honderd proefpersonen met obesitas (een BMI tussen 30 en 40) een afvalcursus in verschillende groepen. De helft kreeg een beloning van 20 dollar als ze die maand hun doel bereikten. De andere helft moest juist een boete van 20 dollar in de pot stoppen als ze hun streefgewicht van die maand niet haalden.

De mensen in de groep die maandelijks een beloning konden verdienen, maakten bovendien aan het einde van het onderzoek kans op het winnen van de pot met betaalde boetes.

​Belonen werkt

Een positieve stimulans kan mensen helpen met afvallen. Het gaat niet om rijk worden, maar om mensen verantwoordelijk houden. Er is meer onderzoek nodig om erachter te komen hoe lang z’n financiële beloning werkt.

Een beloning bleek beter te werken dan een boete. Van de deelnemers die 20 dollar konden verdienen, maakte 62 procent de cursus af. Ze verloren gemiddeld ruim 4 kilogram. Van de proefpersonen die een boete riskeerden, hield maar 26 procent de cursus vol. Bovendien raakten zij gemiddeld 1,4 kilogram kwijt.

Bron: Gezondheidsnet

Foliumzuur helpt bij schizofrenie

8 maart 2013

Verschillende symptomen van schizofreniepatiënten verbeteren door voedingssupplementen met foliumzuur en vitamine B12 toe te voegen aan de behandeling zo stellen onderzoekers van het Massachusetts General Hospital na een onderzoek bij ruim 140 patiënten.

De onderzoekers keken vooral naar de zogenaamde negatieve symptomen van schizofrenie: apathie, sociale terugtrekking en afgevlakte emoties. De resultaten van het onderzoek verschenen in het tijdschrift JAMA Psychiatry.

Behandeling

Tijdens het onderzoek kregen de proefpersonen gedurende 16 weken naast de antipsychotica een voedingssupplement met foliumzuur en vitamine B12 of een placebo. Elke twee weken werden de deelnemers uitgebreid onderzocht. De proefpersonen die het voedingssupplement kregen, vertoonden duidelijke verbetering op het gebied van de negatieve symptomen, maar dit effect was niet significant.

“De symptomen van schizofrenie zijn complex en antipsychotica bieden vaak geen verlichting van de meest beperkende onderdelen van de ziekten”, aldus onderzoeker Joshua Roffman. “De negatieve symptomen zijn hier een onderdeel van. Uit het onderzoek blijkt nu dat foliumzuur en vitamine B12 bij sommige patiënten deze symptomen verbeteren. Dat biedt nieuwe aanknopingspunten voor behandeling: in dit geval een gepersonaliseerde behandeling afhankelijk van de genen.”

Genen

Voor patiënten met schizofrenie en een specifiek gen (FOLH1) voor het foliumzuurmetabolisme, was het effect wel significant. Bij patiënten met een minder functionerend FOLH1 was aan het begin van het onderzoek minder foliumzuur in het lichaam aanwezig. De onderzoeksperiode was te kort om bij deze patiënten het foliumzuur op het juiste niveau. Mogelijk is dit een van de redenen dat de onderzoekers bij hen minder effect vonden.

Vervolg

Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen of het effect van foliumzuur bij alle patiënten werkt als ze het langer gebruiken. Hoewel de gevonden effecten klein zijn, vindt Roffman verder onderzoek noodzakelijk. “Zeker omdat er geen effectieve behandeling is voor de negatieve symptomen en dat het slikken van foliumzuur en vitamine B12 relatief veilig is.”

Bron: Gezondheidsnet

Taskforce voedselvertrouwen ingesteld

7 maart 2013

Staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken en minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport afgesproken gaan samen met het bedrijfsleven in de vleesindustrie (van boeren tot supermarkten) een Taskforce voedselvertrouwen instellen om het vertrouwen van de consument in het voedsel te behouden.

Zwakke schakels

De Taskforce gaat voorstellen doen hoe de keten in de voedselvoorziening verkort kan worden, hoe het kwaliteitssysteem van het bedrijfsleven en de informatie tussen de overheid en het bedrijfsleven verbeterd kan worden.‘Deze Taskforce gaat verkennen wat er nog meer gedaan kan worden om de ‘zwakke schakels’ in de voedselketen op te sporen en effectiever te bestraffen’, aldus staatssecretaris Dijksma.

Incidenten

De afgelopen weken heeft er in de vleessector een aantal incidenten plaats gevonden, zoals paardenvlees vermengd met rundvlees terwijl dat niet op het etiket stond, en met aflatoxine besmette maïs in veevoer. Allemaal incidenten die het vertrouwen in de sector, en daarmee ook het vertrouwen van de consument in het voedsel, niet bevorderen. Vandaar dat staatssecretaris Dijksma het initiatief heeft genomen voor een gesprek met de vleessector.

Bron: Rijksoverheid

Supplement minder gezond voor bloeddruk dan vis

6 maart 2013
Uit een onderzoek van de  University of Pennsylvania zijn Omega-3-vetzuren uit vis beter voor een gezonde bloeddruk, dan de vetzuren uit een visoliesupplement.

De onderzoekers hebben in muizen gekeken hoe de omega-3-vetzuren in het lichaam werken. Het visvetzuur DHA verlaagt de bloeddruk door de verwijding van de bloedvaten te beïnvloeden. Door ionkanalen te activeren, worden ionen als natrium, kalium en calcium sneller in en uit de spiercellen van de vaten gelaten waardoor de bloeddruk in het vat optimaal blijft.

Natuurlijk DHA

Opvallend was dat kunstmatig DHA in supplementen deze ionkanalen niet activeert; alleen natuurlijk DHA lijkt dus de bloeddruk te verlagen. Het onderzoek benadrukt het belang van het eten van vette vis. Ook moet er volgens de onderzoekers kritisch gekeken worden naar het soort omega-3-vetzuren in visoliesupplementen.

De resultaten van het onderzoek verscheen in twee artikelen in het tijdschrift Proceedings of the National Acadamy of Sciences.

Bron: Gezondheidsnet

Aflatoxine in Maïs en melk

6 maart 2013

Het Voedingscentrum doet er vandaag melding van dat er aflatoxine is aangetroffen in de melk van 2 veehouders in Nederland. En er is besmet veevoeder met maïs uit Servië geleverd aan varkenshouders in Nederland.

Volksgezondheid
Er is bij consumptie van het vlees van deze varkens geen verhoogd risico voor de volksgezondheid, omdat de maïs in het varkensvoer is vermengd met andere grondstoffen.De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onderzoekt of en waar de giftige stof aflatoxine in maïs of melk terecht is gekomen.

Aflatoxine
Aflatoxine is een schimmelgifstof die kan voorkomen in verschillende producten zoals noten, granen, rijst, peulvruchten, pindakaas, brood en bier. Ook kan het voorkomen in melk via het veevoer van koeien.

Aflatoxine kan ontstaan tijdens warme en vochtige opslag van grondstoffen als er een bepaalde schimmel gaat groeien. Dit kan met name in tropische landen een probleem zijn.

Kankerverwekkend
De schimmelgifstof aflatoxine is kankerverwekkend. Daarom is vastgesteld hoeveel aflatoxine er maximaal in voedingsmiddelen mag voorkomen. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) ziet toe op naleving van de normen.

Door de strenge controle krijgen consumenten waarschijnlijk minder schimmelgifstoffen binnen dan schadelijk is voor de gezondheid. Het risico is daarom gering en de gezondheidsvoordelen van granen, noten en (peul)vruchten wegen daar ruimschoots tegenop.

Bron: Voedingscentrum

Gevolgen ernstig overgewicht verminderen met ontstekingsremmers

5 maart 2013

Veel te dikke kinderen hebben misschien baat bij ontstekingsremmende medicijnen. Het zou de kans op type 2 diabetes en vaatziekten verminderen. Dat concludeert een arts-onderzoeker van het UMC Utrecht in zijn proefschrift.

Bij kinderen met ernstig overgewicht blijken verschillende ontstekingsstoffen uit vetweefsel in het bloed te zitten. Promovendus Henk Schipper ontdekte dat toen hij het bloed van zestig veel te dikke kinderen vergeleek met dertig gezonde kinderen.

Diabetes

Kinderen met meer ontstekingsstoffen in het bloed leken bovendien een hogere bloeddruk en een lagere gevoeligheid voor insuline te hebben. Dat kan het begin van vaatziekten en type 2 diabetes zijn.

​Medicijnen

“Onze resultaten suggereren dat het onderdrukken van ontsteking het ontstaan van type 2 diabetes en hart- en vaatziekten bij kinderen met ernstig overgewicht zou kunnen tegengaan”, zegt Schipper.

“De kinderen zullen waarschijnlijk niet afvallen door deze medicijnen, maar het verkleint wel de kans dat ze op latere leeftijd type 2 diabetes en hart- en vaatziekten krijgen. We moeten nog uitzoeken hoe goed deze behandeling werkt en of het kosteneffectief is. Maar obesitas beschouwen als ontstekingsziekte biedt nieuwe behandelmogelijkheden”, aldus Schipper.

Bron: Gezondheidsnet

IJzer vermindert PMS-klachten

27 februari 2013

Een ijzerrijk dieet kan, het premenstrueel syndroom (PMS), klachten tussen de eisprong en de menstruatie, verminderen. Het gaat vooral om ijzer uit plantaardige bronnen zoals groene bladgroenten. Dat stellen onderzoekers van de University of Massachusetts Amherst.

De vrouwen die veel ijzer binnen krijgen, ontwikkelden ongeveer een derde minder vaak PMS dan de vrouwen die minder ijzer consumeerden. Ook het mineraal zink lijkt een verschil te maken. Tijdens de tien jaar durende studie bleek een verband tussen hoge zinkniveaus en minder PMS. Zink vind je vooral in vers fruit en groenten.

Cyclus

“Het lijkt erop dat verschillende mineralen belangrijk zijn voor de menstruatiecyclus en PMS”, legt een onderzoeker  uit. “Vrouwen moeten gevarieerd eten zodat ze voldoende voedingsstoffen binnenkrijgen. Lukt dat niet dan is een multivitamine een alternatief.”

Waarom er een bestand lijkt te bestaan tussen PMS en ijzer en zink durven de onderzoekers niet met zekerheid te zeggen. De mineralen zijn namelijk betrokken bij allerlei processen in het lichaam. Mogelijk zorgen hoge ijzerniveaus voor minder pijn en emoties door de hoeveelheid serotonine in het de hersenen te verhogen.

Schadelijk

De kans op PMS was significant kleiner bij 20 milligram ijzer per dag. 10 milligram zink zorgde voor een klein beschermend effect. Bertone-Johnson benadrukt dat er meer onderzoek naar dit onderwerp nodig is. Daarbij geldt voor beide mineralen dat te veel ook schadelijk kan zijn.

Bij het onderzoek waren 3000 vrouwen uit de U.S. Nurses’ Health Study II betrokken. De resultaten zijn gepubliceerd in het American Journal of Epidemiology.

Bron: Gezondheidsnet