Candidiasis

Volgens de wetenschappelijke literatuur hebben diëten geen invloed op een infectie met Candida albicans. Zogenaamde “anti-candida diëten” hebben vaak een onevenwichtige en onvolwaardige voeding tot gevolg. Sommige diëten bevatten bijvoorbeeld geen fruit en melkproducten. Hierdoor kan op termijn een gebrek aan vezels, vitamines en mineralen ontstaan. De huisarts kan een candida-infectie vaststellen en behandelen.

De gist Candida albicans komt van nature voor op het lichaam, vooral op de huid en de slijmvliezen en bijvoorbeeld in de mond en de darmen.
Candidiasis, een infectie, kan ontstaan als de gist de gelegenheid krijgt zich in korte tijd sterk te vermenigvuldigen en doordringt in bijvoorbeeld een huidplooi of de slijmvliezen.

Candida albicans voelt zich het prettigst in een warme, vochtige omgeving, bijvoorbeeld op warme plekjes op het lichaam, maar ook in aarde en afval.

Infecties met Candida albicans kunnen op verschillende plaatsen van het lichaam voorkomen, zoals:

  • op het mondslijmvlies, ook wel bekend als mondspruw. Dit kan erg pijnlijk zijn. Deze infectie komt met name voor bij kinderen en bij mensen met een sterk verminderde weerstand, bijvoorbeeld bij een chemokuur.
  • in de vagina. De klachten bestaan uit irritatie van de huid en slijmvliezen, hevige jeuk en afscheiding.
  • op de huid. Dit treedt met name op, op vochtige en warme plekken van het lichaam, zoals in huidplooien. De bekende luieruitslag bij baby’s is ook een voorbeeld van een infectie met Candida albicans. De huid is rood en vochtig en op de huid kunnen kleine met vocht gevulde blaasjes ontstaan.
  • in het bloed. Dit gebeurt incidenteel. Hierdoor ontstaat een levensbedreigende, “gegeneraliseerde infectie”, die gepaard gaat met ontstekingen aan bijvoorbeeld de nieren en de lever. Deze belangrijke organen functioneren hierdoor niet goed of helemaal niet meer. Mensen met een gegeneraliseerde Candida-infectie zijn erg ziek en hebben hoge koorts, hoger dan 40 °C. Deze infectie komt vrijwel alleen voor bij mensen die al ernstig ziek zijn of die als gevolg van een medische behandeling heel weinig weerstand hebben. Voorbeelden hiervan zijn een chemokuur, immunotherapie bij orgaantransplantatie, een ingrijpende buikoperatie, een HIV-infectie en AIDS.

Niet-reguliere behandelaars hanteren soms het begrip “Candida-syndroom”. Enkele van hen hebben hierover een boek geschreven. Klachten die zij hiermee in verband brengen zijn: extreme vermoeidheid, hypoglykemie (te lage bloedglucose), hoofdpijn, darmklachten en depressiviteit. Soms stellen lezers vervolgens zelf de diagnose “Candida-syndroom”, zonder naar andere oorzaken te kijken.

De genoemde klachten hangen echter vaak samen met andere ziektebeelden of bijvoorbeeld stress. De manier waarop de niet-reguliere behandelaars de diagnose “Candida-syndroom” stellen, wijkt af van de reguliere onderzoeksmethode. Alternatieve behandelaars maken onder meer gebruik van levend-bloedanalyse, elektro-acupunctuur, kinesiologie en bio-resonantie. Uit wetenschappelijk onderzoek is niet gebleken dat deze methoden Candida albicans of een infectie met deze gist kunnen aantonen.

Voedingsadvies
Er zijn verschillende diëten waarvan gedacht wordt dat ze een infectie met Candida kunnen bestrijden. Volgens de wetenschappelijke literatuur hebben diëten echter geen invloed op een infectie met Candida albicans. Zogenaamde “anti-candida diëten” hebben vaak een onevenwichtige en onvolwaardige voeding tot gevolg. Sommige diëten bevatten bijvoorbeeld geen fruit en melkproducten. Hierdoor kan op termijn een gebrek aan vezels, vitamines en mineralen ontstaan.

Niet-reguliere behandelaars schrijven vaak een zogenaamd anti-Candida-dieet voor in combinatie met medicijnen of preparaten. Wat wel en niet is toegestaan binnen dit dieet, kan per hulpverlener verschillen. Vaak worden bepaalde suikers verboden omdat deze onder meer de groei van Candida albicans zouden bevorderen. Het gaat hierbij meestal om geraffineerde suikers waartoe glucose, maltose en saccharose behoren. Ook wordt meestal het advies gegeven om geen producten te gebruiken waarin de geraffineerde suikers voorkomen en om suikers te vermijden die in fruit (fructose) en melk(lactose) zitten.

Er is geen enkel bewijs dat “anti-Candida-diëten” helpen. Geraffineerde suikers zijn wel belangrijke voedingsstoffen voor Candida albicans. Toch kan door het vermijden van deze suikers de gist niet worden uitgeschakeld. Het vermijden van geraffineerde suikers heeft daarom geen effect op de groei van Candida albicans. Verder is Candida albicans niet in staat om lactose (melksuiker) te gebruiken om te groeien. Het is daarom ook niet zinvol om melkproducten te laten staan. Over de vraag of fructose (vruchtensuiker) de groei van Candida albicans kan bevorderen biedt de wetenschappelijke literatuur geen duidelijkheid.

Bij een anti-Candida-dieet moeten verder vaak gist- en schimmelrijke producten en producten die snel gisten, worden vermeden. Ook het inademen van gisten en schimmels zou slecht zijn. Het is echter bewezen dat het niet helpt om bakkersgist en andere gist- en schimmelsoorten in eten te vermijden.

De klachten die volgens niet-reguliere behandelaars verband kunnen houden met Candida albicans, verminderen soms met een gezond eetpatroon. Speciale diëten hebben echter geen invloed. Een anti-Candida-dieet kan juist klachten veroorzaken of klachten verergeren. Het weglaten van melkproducten en fruit leidt namelijk op termijn tot een tekort aan vezels, vitamines en mineralen.

De wetenschappelijk literatuur geeft geen onderbouwing voor de veronderstelling dat Candida albicans kan leiden tot voedselallergie of voedselintolerantie.

Niet-reguliere hulpverleners voeren soms 2 veronderstellingen aan voor de relatie tussen Candida albicans en voedselallergie of voedselintolerantie:

1. Beschadiging van de darmwand als gevolg van een infectie met Candida albicans veroorzaakt niet alleen doorgroei in het bloed van Candida albicans. Ook eiwitten uit voedingsmiddelen hebben door deze beschadiging de gelegenheid in het bloed opgenomen te worden. De eiwitten zouden daardoor een allergische reactie kunnen veroorzaken.

2. Candida albicans zou gifstoffen produceren. Hierdoor zou de weerstand van het lichaam verslechteren, zodat de kans op voedselintolerantie toeneemt. Het verzwakte lichaam zou dan overgevoelig gaan reageren op diverse stoffen zodat meer klachten ontstaan.

Evenals veroorzakers van andere infecties produceert Candida albicans bepaalde stoffen. Dit zijn echter vooral enzymen. Er zijn bij wetenschappelijke onderzoeken nooit aanwijzingen gevonden dat deze enzymen de kans op een voedselallergie of voedselintolerantie doen toenemen.

Er zijn medicijnen die de groei van de gist Candida albicans remmen en medicijnen die Candida albicans doden. De werking hiervan is vergelijkbaar met antibiotica tegen een bacteriële infectie.

Bron: Voedingscentrum.nl

Bookmark the permalink.

Comments are closed.