Botontkalking

Botten hebben kalk (calcium) nodig om sterk en stevig te blijven. Bij botontkalking (ook wel osteoporose genoemd) verliezen de botten ‘botmassa’ (kalk en andere mineralen) en structuur (verlies van botbalkjes). Met als gevolg, dat ze broos worden. Het probleem met osteoporose is, dat men er niets van merkt zolang er geen botbreuk optreedt. Iemand kan al 30% van de botmassa hebben verloren op het moment dat er ‘zomaar’ een bot breekt!

Gevolgen

  • Botbreuken
  • Kleiner en krommer worden
  • Klachten in de organen. Door kromming in de wervelkolom kunnen ademhalingsmoeilijkheden optreden. Er kan bijv. ook sprake zijn van ongewenst urineverlies doordat de buikorganen op de blaas gaan drukken.
  • Evenwichtsverlies:Door het inzakken van wervels, de verkromming van de wervelkolom en de daarmee gepaard gaande verandering van lichaamshouding kan het evenwichtsgevoel verminderen. Waardoor de kans op vallen (en dus op botbreuken) groter wordt.

 Risicofactoren:

  • Erfelijke aanleg
  • Vroeg in de overgang komen en een laag lichaamsgewicht
  • Te weinig calcium of vitamine D
  • Extreem afvallen: de botdichtheid neemt af, het is onzeker of de botmassa weer toeneemt met het gewicht

Risico verminderen

Het is nog niet mogelijk om te genezen van botontkalking. Daarom is het belangrijk om het risico van botontkalking op oudere leeftijd te verminderen. Dat kan door:

  •  Voldoende calcium te nemen, zodat nieuw bot wordt aangemaakt en bot behouden blijft. Calcium zit in zuivelproducten, zoals melk, karnemelk, yoghurt, kwark, vla en kaas;
  • Voldoende vitamine D te nemen, dat de opname van calcium bevordert; vitamine D zit in margarine, halvarine, bak- en braadproducten, vlees, eieren, volvette kaas en vette vis;
  • Veel te bewegen, zodat het botweefsel sterk blijft.

Bron:  www.osteoporosestichting.nl

Bookmark the permalink.

Comments are closed.